Als je grijze haren wilt, moet je eens een boek gaan schrijven.
Er zijn veel momenten waarop het mis kan gaan. Doorlopend kan het mis gaan, eigenlijk. Zeker met twee gidsen voorop die de weg moeten vinden, maar allebei nog nooit in de jungle zijn geweest. Noorden, zuiden, waarheen? Ons geluk: de taken waren vanaf het begin goed gescheiden. Nicoline is droomexpert, ik schrijf. Ik heb weinig verstand van dromen, zij weinig van schrijven (intussen heb ik veel geleerd over dromen, zij over schrijven).
De eerste grijze haren vielen me ineens op tijdens de ideefase. Een idee is nog geen boek. Hoe ga je wat je te zeggen hebt vormgeven in taal? Hoe grijp je de lezer?

Mijn kapper verbood mij deze zomer mijn grijze haren uit te trekken. Afgelopen jaren heb ik er, mijn neus op de spiegel gedrukt, mijn hoofd in scheve posities houdend, al tientallen verwijderd. Ze zegt dat je dat per haar maar een stuk of zeven keer kunt doen, daarna verdwijnt hij, om nooit meer terug te keren. Dat zou ik misschien ook doen als mij zeven keer de toegang werd geweigerd. Als ik een haar was.
De brochure met nieuwe boeken van de uitgeverij was de deur al uit, ons boek stond  erin aangekondigd. Toen pas konden we een deel van het manuscript inleveren. Laat. (Loslaten is weer een andere kunst). Wat als de uitgever het vond tegenvallen en alles over moest…? Grijze haren.

Het hoefde niet over.

Een nieuwe reisleider werd ingevlogen, de vormgever. We loerden van opzij naar hem, zoals we een fase eerder naar de redacteur hadden geloerd (ook van het mannelijk geslacht, voor het tegenwicht is dat prettig. Al weer geluk). Was hij ervan doordrongen welke richting we uit liepen?

Vormgeving is belangrijk, de vormgeving begroet als eerste de lezer. Dat moet een ferme hand zijn, geen slappe als van een bedeesde vrouw. Wij wilden een nuchter boek. Met hersenscans in de ene hand en een dikke stapel wetenschappelijke boeken naast ons op de grond willen we over dromen vertellen, over denken in je slaap en wat je daarmee kunt. De toon van de tekst en de keuze van de onderwerpen hadden we er zorgvuldig op uitgekozen.
De vormgever heeft aan dit boek een flinke uitdaging: er ligt een berg illustraties te wachten van zo’n 35 illustratoren, en een verscheidenheid aan inhoudelijke onderwerpen. Zie daar maar eens lijn en rust in te krijgen. Een niet te vrouwelijke lijn, alsjeblieft. Grijze haren.

We zaten met hem en de uitgever rond de tafel in het Schiedamse grachtenpand. Pril lentezonlicht viel door de serreramen naar binnen. Hij had al die tijd weinig gezegd. Alleen geluisterd naar wat wij zeiden over de inhoud van ons boek. Een jonge vent uit Vlaanderen, begin dertig. Bescheiden. (is dat volkseigen)? Zo iemand die je niet hoort binnenkomen maar die er wel voor je is.
Hij knikte. ‘Het wordt een atypisch boek,’ zei hij uiteindelijk.
Wij knikten ook.
‘Het is veel breder dan over dromen alleen.’
Wij knikten weer. Mooi die romige, Vlaamse tongval.
Een dag later vonden we al een nieuw proefhoofdstuk in onze mailboxen.
JA, zeiden we. Hij heeft het begrepen.
Nog zo’n anderhalve maand vanaf nu voordat het boek in de winkel ligt.
Het is maar goed dat ik niet weet hoeveel grijze haren er nog bij gaan komen.

Cathelijne