Slapen en wakker zijn doet iedereen in een persoonlijk ritme. Dat ritme wordt aangestuurd door hormonen, onder invloed van daglicht. Die hormonen, waaronder melatonine, houden een vast patroon aan bij het slaperig of wakker maken van het lichaam. Wil je je waak-slaapritme veranderen, dan dat kost dus tijd, zeker een paar dagen. Dat merk je goed bij een jetlag. Je lichaam doet er een dag of 4 over aan het ritme van een andere tijdzone te wennen. Ga je autorijden met een jetlag, dan kan het gebeuren dat je begint te dromen met je ogen open, omdat je hersenen gewend zijn op vaste tijdstippen te dromen.
Bejaarde muizen die veelvuldig kunstmatig aan een jetlag werden blootgesteld, waarbij ze vroeger naar bed naar bed gestuurd werden dan ze gewend waren en vroeger wakker moesten worden, leefden 30% korter dan de controlegroep muizen die hun eigen slaapritme volgden. Jonge muizen konden beter tegen het veranderde slaapritme.
Later naar bed gaan dan normaal is dus minder schadelijk dan je slaapritme vervroegen (in ieder geval als je een muis bent).
Tip voor het aanpassen van je waak-slaapritme: zorg dat je veel daglicht ziet op de momenten dat je wakker wilt zijn. Helpt ook bij het herstellen van een jetlag.





