Mediteren is grip krijgen op de stroom gedachten. Maar hoe doe je dat?
Toen het jaren geleden nog zweverig werd gevonden yoga te beoefenen, zag je weinig yogamatjes op straat. Tegenwoordig hoef je je hoofd maar te draaien of je ziet er een fietsen. Anno nu is diezelfde ontwikkeling gaande met meditatie. Werd het 10 jaar geleden nog soft en raar gevonden, meer iets voor vrouwen met okselhaar en mannen met baarden, tegenwoordig is het bijna hip. Bijna. Laatst hoorde ik iemand zeggen: ‘Meditatie is snel vaag. Met magnetische lijnen en chakra’s en meridianen. Dan haak ik af.’
Natuurlijk, er zijn ook sessies met wierook en chakra’s en meridianen. Maar er is veel meer. Zo is meditatie onderwerp van nuchter (wetenschappelijk) onderzoek, daar schrijven we hier later nog wel eens over, en zijn er ook meditatietechnieken waar niet over chakra’s gerept wordt. In de winter van 2009 volgde ik als journalist een beginnersles zenmeditatie. Hieronder een vernieuwde (en kortere) versie van het artikel dat ik er destijds over schreef.
Tom, hou eens stil
Zen is wat je doet, goed doen, staat op de website van Zentrum geschreven. Vaak hebben we het zo druk dat het hoofd overloopt. Hoe dan je rust te bewaren om wat je doet ook echt te doen? Het antwoord is meditatie. Je aandacht richten. Grip krijgen op de gedachtestroom, in plaats dat de gedachtestroom grip krijgt op jou. Tijdelijk het navigatiesysteem in je hoofd uitzetten. Even ongehoorzaam zijn aan de stem die de hele dag door vriendelijk maar dwingend zegt wat je moet doen. ‘Linksaf slaan, hier rechtsaf slaan, nu omkeren.’
Tot 10 tellen
We groeten elkaar op Japanse wijze, een kleine buiging met de handen voor de borst gevouwen, en gaan daarna in kleermakerszit op het meditatiekussen zitten. De meditatiebegeleider is vanavond Ronald Uijtdehaage: ‘Tijdens het mediteren zijn je ogen niet gesloten. Je richt je blik naar de vloer. Je handen liggen in je schoot, de linkervingers op de rechtervingers, de duimen licht tegen elkaar.’ Je knieën rusten daarbij op de zachte mat die onder het meditatiekussen ligt. Zo ontstaat een zitdriehoek die het lichaam stabiliteit geeft.
Het is de bedoeling tijdens het mediteren rechtop te zitten. Het in tact houden van die houding, met rechte rug, is de enige fysieke inspanning die je hoeft te leveren. Gevorderden mediteren tijdens een les twee keer 25 minuten, wij één keer 20.
De opdracht klinkt bedrieglijk eenvoudig: je richt je aandacht op je ademhaling. Je telt tot tien, op elke uitademing één tel. Je hoeft je ademhaling niet te sturen, ze komt zoals ze komt. Zodra je merkt dat je gedachten afdwalen, begin je weer opnieuw met tellen. Ronald benadrukt dat het geen wedstrijd-tot-tien-tellen is. Er zijn zelfs zenmeesters die zeggen nooit verder te komen dan vier. ‘Je probeert niet met je gedachten mee te gaan, maar als je merkt dat je het toch gedaan hebt, oordeel dan niet. Glimlach erom. Glimlachen is in zen een serieuze zaak.’
Drie keer klinkt de gong. De meditatie is begonnen.
Zitmeditatie
Wanneer ik een tijdje met mijn blik naar beneden gericht gezeten heb, zie ik dat er licht brandt onder het zwarte kussen van mijn buurman. Het effect van lang kijken naar dezelfde kleur. Wat grappig, denk ik nog, het is net of dat kussen zweeft. Ik zie de lichtstrook langzaam breder worden. Boven loopt iemand met hoge hakken op een houten vloer. Verder geen geluiden. Of toch: een gong in de ruimte hiernaast. Zo buitelt de ene observatie over de andere. Mijn linker hamstring zeurt. Ik zou het liefst willen verzitten. Maar dat is niet de bedoeling, ook toegeven aan beweegimpulsen is afleiding. Niet op letten dus.
Het lijkt of we al een eeuwigheid zitten. Inademen en uitademen. Het aantal gedachten dat zich opdringt lijkt iets minder talrijk te worden, ze komen stroperiger. Niet dat deze staat van zijn lang duurt, want daar is het navigatiesysteem weer. Hoe ver nog?
Loopmeditatie
Na de zitmeditatie, zazen, volgt een loopmeditatie, kinhin (‘rechtdoor gaan’). Bij elke inademing rol je je voet op, en bij een uitademing weer af. Dat vereist coördinatie. De linkervoet begint. Je ademhaling bepaalt het looptempo en weer hoef je je ademhaling niet te sturen.
We lopen een tijdje met de klok mee, onze ogen gericht op de schouders van de voorganger. Tot Ronald twee slaghoutjes tegen elkaar tikt, een schel geluid. Nu gaan we van deze langzame kin over op een snelle kin, een hoger looptempo. Als een slang en volgens een vast patroon bewegen we door de ruimte. Weer het geluid van de slaghoutjes. Groeten. Zitten.
Je geest bemesten
Het woord ‘meditatie’ bestaat in China en Japan niet, zegt Ronald later. Daar heet mediteren: het bemesten van je geest. Opruiming in je hoofd, liefst dagelijks. ‘Het blijft een levenslange training niet met je gedachten mee te gaan. 15 minuten nergens aan denken is heel moeilijk, zelfs voor mensen die al 20 jaar mediteren. De kern van zen is ervaren: mediteren en waarnemen wat het met je doet. Stilte is bijvoorbeeld een ingewikkeld ding. Veel mensen zijn er bang voor. Toch zou ik zeggen: ga zitten.’
Zen blijft niet beperkt tot de zitsessies, je kunt het ook tijdens dagelijkse klusjes en handelingen toepassen, onder werktijd bijvoorbeeld. ‘Als de telefoon gaat ben je geneigd abrupt te stoppen met waarmee je bezig was, en na één keer rinkelen al op te nemen. Probeer dat eens anders. Laat hem drie keer overgaan, richt je aandacht bewust op het gesprek, en neem op. Vergelijk de aandacht die je nu hebt voor het gesprek eens met de aandacht die je eerder had?’
Wie weet worden er binnen afzienbare tijd wel meditatiesessies in Nederlandse kantoren georganiseerd, onder werktijd. Zen is wat je doet, goed doen. Dat lijkt mij uitstekend aansluiten bij de missie van veel bedrijven.
Cathelijne
* Ronald geeft ook les in zijn eigen studio Zendoen.





