Tegenwoordig behandelen we slaap als een vijand, die met kunstlicht, wekkers en koffie dient te worden bestreden, zegt Russel Foster, professor neurologie aan de University of Oxford, op TEDGlobal 2013. ‘Maar slaap is geen luxeproduct.’ Geniet van 20 minuten neurologie, ontrafelde mythes en nieuwe onderzoeken.

De gevolgen van slaaptekort spreken voor zichzelf:

  • Verslechterd geheugen;
  • verminderde creativiteit;
  • verhoogde impulsiviteit;
  • slecht beoordelingsvermogen;
  • een hunkering naar stimulerende middelen zoals koffie, nicotine en drugs, en ‘s avonds de behoefte aan alcohol om in slaap te vallen;
  • dikker worden, want een moe brein wil zoveel mogelijk koolhydraten;
  • stress;
  • lager immuunsysteem: mensen die nachtdiensten werken hebben bijvoorbeeld vaker kanker, stelt Foster;
  • hoger risico op diabetes;
  • verminderde alertheid: 100.000 auto ongelukken per jaar worden in de VS gelinkt aan slaaptekort.

Maar Foster gaat nog verder. Hij en zijn collega Daniel Freeman onderzoeken of een goede nachtrust symptomen van psychose kan verminderen.

Slaap als therapie

Patienten met psychoses melden vaak dat ze moeilijk inslapen, of snel wakker worden. Dat komt niet door de medicijnen: het onregelmatige slaappatroon bestaat meestal al voordat er een diagnose is gesteld. Ook mensen met depressie, schizofrenie en een bipolaire stoornis blijken vaak een verstoord slaapritme te hebben. Gek genoeg wordt daar door behandelaars zelden naar gevraagd. Wat zou er gebeuren als je het slaapritme verbetert? Kan goed slapen bijvoorbeeld hallucinaties verminderen? Ja, zegt Foster. Slaap kun je inzetten als therapeutisch middel. Hij ondersteunt zijn bewering met een serie onderzoeken:

Onderzoek 1: slapen mensen met schizofrenie echt slechter?

Anekdotisch bewijs is niet genoeg voor wetenschap: daar moet je aankomen met harde feiten en objectieve metingen. Foster en zijn collega’s (onder wie Nederlander Derk-Jan Dijk, directeur van het Surrey Sleep Research Centre) deden een onderzoek naar de biologische klok van 20 mensen met paranoïde schizofrenie. Ze registreerden hun melatonineniveaus, en de proefpersonen kregen een ‘horloge’ met een bewegingsmeter en lichtsensor.

De deelnemers hadden geen vaste baan, al deden sommigen vrijwilligerswerk. Om te controleren of ontregelde slaap niet gewoon ligt aan gebrek aan structuur, was er een controlegroep van 21 werklozen met dezelfde sociale achtergrond. Beide groepen werden zes weken lang gevolgd.

De groep werklozen had een goed werkende biologische klok: zij sliepen prima. Maar de groep met schizofrenie sliep een stuk minder. Bij de helft van hen waren de melatonineniveau’s flink ontregeld. Bij de andere helft was het melatonineniveau normaal, maar de slaap toch onregelmatiger, langer, en moeilijker te vatten dan bij de controlegroep.

Hier is dus geen sprake van verbeelding of overdrijving: schizofrenie kan inderdaad samengaan met een flink ontregelde biologische klok.

Gepubliceerd in het British Journal of Psychiatry, december 2011.

Studie 2: slaapverstoring terug te vinden in de genen

Een samenhang tussen sommige mentale stoornissen en een verstoorde biologische klok lijkt zelfs een genetische oorzaak te hebben. In dit onderzoek wordt een genetisch verband gelegd via het gen SNAP-25. Bij muizen blijken mutaties in SNAP-25 zowel met een verstoorde biologische klok als met schizofrenie samen te hangen. Zo’n overlap hoeft natuurlijk nog geen oorzakelijk verband te betekenen, maar het geeft wel reden voor verder onderzoek.

Gepubliceerd in Current Biology, februari 2012.

Studie 3: een steekproef

Ondertussen was Foster met twee collega’s al een steekproef gestart, om te testen of verbeterde slaap een vermindering van symptomen betekenen. 15 personen met achtervolgingswaan én slapeloosheid waren proefkonijn. Ze kregen vier sessies cognitieve gedragstherapie, puur gericht op het verbeteren van hun slaapklachten. In de sessies werd expres niet over hun andere klachten gesproken, dat zou de resultaten kunnen beïnvloeden. De focus lag op een goede slaaphygiëne, het wegnemen van slaapverstorende prikkels zoals tv in de slaapkamer, en het wegnemen van belemmerende overtuigingen over slaap.

Het resultaat: er was een significante afname van de achtervolgingswaan, hallucinaties, angsten en depressies. Bij vijf personen was de verbetering 50% of meer, bij acht personen 25 % of meer. De follow up vond een maand later plaats. Die bewees dat er in ieder geval blijvend effect is op de korte termijn.

Een wondermiddel? Nee, dat niet: de klachten verdwenen bij niemand helemaal, en twee van de vijftien zagen weinig verbetering. Bovendien, de test had geen controlegroep, te korte follow-up, en uit een proef met 15 personen kun je nog geen conclusies extrapoleren over een nieuwe behandelmethode.

Gepubliceerd in het Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry, september 2011.

Onderzoek 4: de gecontroleerde dubbelblind studie

Dat gezegd hebbende: een verlichting van klachten zonder medicijnen is de moeite van het onderzoeken waard. Tijd voor een dubbelblind test, dit keer mét een controlegroep en meer deelnemers. Freeman, Foster en hun team hebben nu een studie lopen met 60 deelnemers met waanideeën of hallucinaties binnen het schizofrene spectrum. De deelnemers worden 24 weken gevolgd in plaats van vier, zodat er hopelijk ook iets over de lange termijn effecten te zeggen is.

De opzet en achtergrond kun je hier gratis nalezen. De onderzoekers maken hun studies open access, zodat iedereen mee kan kijken. Eind 2014 zijn alle data verzameld, en kunnen er conclusies worden getrokken.

Conclusies

1. Patiënten met depressie, schizofrenie, bipolaire stoornis die daarbij ook nog slaapproblemen hebben: het zou kunnen zijn dat zij een strijd tegen hun eigen biologie voeren. Zij moeten vechten voor iets dat anderen cadeau krijgen: een gezond slaap-waak ritme.

2. Als de resultaten positief zijn, dan is hiermee een makkelijk toepasbare behandelmethode ontwikkeld, die waarschijnlijk erg populair gaat zijn voor patiënten die aan de moeilijk te behandelen problemen als waanideeën en hallucinaties lijden, stelt het onderzoeksteam.

Dat is goed nieuws voor patiënten, maar het zou ook behandelaars moeten aansporen om eens naar de factor slaap te vragen. Net als de factor dromen is die de laatste decennia een beetje genegeerd, maar hij lijkt een stuk belangrijker dan gedacht.

 

Foster is professor neurowetenschappen aan de University of Oxford.  Hij heeft een Centre for sleep and circadian neuroscience opgezet binnen het Oxford Biomedical Centre. Hier onderzoekt hij de oorzaken van slaap- en bioritmeverstoring bij mensen met neurologische aandoeningen als schizofrenie, bipolaire stoornis, dementie. Hij is ook hoofd van het Nuffield Laboratory of Ophthalmology en houdt zich bezig met de invloed van licht op ons dag-nachtritme.

 

Dit vind je misschien ook interessant

Tips voor een goede slaaphygiëne vind je in de blog Zeven Slaapkamerzonden