Illustratie: Wieteke Koolhof, uit 'Wat heb jij gedroomd vannacht, de kracht van denken in je slaap'

Illustratie: Wieteke Koolhof, in ‘Wat heb jij gedroomd vannacht, de kracht van denken in je slaap’

Wie zich met dromen bezighoudt krijgt een overvloed aan informatie. In blogs, bladen, wetenschappelijke onderzoeken, op radio en tv. ‘Feiten’ die voortdurend gekopieerd worden, ook al zijn ze misschien al achterhaald, gaan een eigen leven leiden. Worden een mythe.
Een van de meest gehoorde droommythes: ‘Je kunt alleen over iets dromen dat je ooit ergens gezien hebt’.

Wie verzint zoiets? Dat zou betekenen dat je in de slaap niks nieuws kunt bedenken. Maar neurologisch is er geen aanwijzing dat het brein in de slaap spontaan het vermogen tot creativiteit verliest. Sterker nog: tijdens de slaap lijken er meer nieuwe verbanden te worden gelegd dan overdag. De misvatting lijkt historisch gegroeid. Sinds de jaren ‘50 wordt er op universiteiten over de hele wereld onderzoek gedaan naar dromen. Eén van de belangrijkste ontdekkingen: als mensen niet dromen, dan kunnen ze geen nieuwe informatie onthouden. En als mensen iets traumatisch meemaken, dromen ze daar meestal over, net zo lang tot het trauma verwerkt is. Dus concludeerde men destijds: dromen zijn om informatie te verwerken. Maar de omkering, daaruit concluderen dat je dus in dromen alleen maar informatie verwerkt, blijkt een drogreden.

Er gebeurt nog veel meer tijdens het dromen:

  • Met die informatie aan de slag gaan. Veel uitvindingen worden tijdens het dromen gedaan.
  • Oefenen. Het brein maakt amper verschil tussen piano spelen in het echt, of virtueel. Wie een nacht ergens over mag slapen, kan het daarna vaak tot 40% beter. Angstdromen bij kinderen worden tegenwoordig door sommige wetenschappers gezien als een oefening in leren omgaan met heftige emoties, in de veilige omgeving van het eigen bed.
  • De toekomst voorspellen. Dat is minder spectaculair dan het klinkt. Ons brein maakt non-stop voorspellingen op basis van beschikbare informatie: ‘Als ik dit zeg, dan worden ze vast boos’. Omdat we zoveel onbewuste informatie ter beschikking hebben, zien we in dromen dingen aankomen die overdag niet opvallen. Daarnaast zijn er soms dromen die inderdaad gewoon iets verbeelden wat nog te gebeuren staat. Ik heb wel de indruk dat die in de minderheid zijn.
  • Fantaseren.
  • Contact hebben met de buitenwereld. Wij mensen hebben lijntjes met de wereld om ons heen. Ouders, vrienden, geliefden of vreemden dromen soms van elkaar over dingen die bij navraag waar blijken zijn. Hoe dat werkt? Geen idee. Vooralsnog hebben we vooral anekdotes, dus daar is meer onderzoek naar nodig.
  • Nadenken. Doen we overdag heel veel, en ‘s nachts niet minder. In een droom denk je vaak in metaforen, die na onderzoeken behoorlijk wat zelfinzicht kunnen geven. Of inzicht over anderen.

Waarschijnlijk heeft dromen nog veel meer functies. Nog lang niet alle functies van dromen zijn door wetenschappers ontdekt.

Ik denk dat kunstenaars en uitvinders de creativiteit van de slaap al lang kennen. Beroemd voorbeeld is het liedje Yesterday van The Beatles. Paul McCartney werd wakker met het deuntje in zijn hoofd, en vroeg aan iedereen: ‘Waar ken ik dat van?’. Hij dacht dat hij het ergens moest hebben gehoord, want ‘je kunt immers niks nieuws verzinnen in dromen’. Maar dat bleek wel het geval: hij had de melodie in zijn slaap bedacht.
Sommige muzikanten slapen met bandrecorders naast hun bed, zoals Mick Jagger van The Rolling Stones, en ook Thé Lau van The Scene laat zich inspireren door dromen (hoorde ik uit betrouwbare bron). En de meeste creatieven hebben notitieboekjes naast hun bed liggen.
Ik zou niet zonder willen.

 

Om de maand schrijf ik over dromen in het spirituele maandblad ParaVisie. Deze column verscheen in maart. De ParaVisie met mijn huidige column ligt nu in de winkels!