Alles over slapen, dromen, het nachtelijk brein en creatief denken.

Doei - Edward van de Vendel en Marije Tolman

 

Doei - spread

De prentenboeken die ik zelf het liefst aan kinderen voorlees, hebben mij als volwassene ook iets te bieden. Een extra laag verpakt in taalgrappen of in platen waarin je als volwassene een geheel overziet, een grotere betekenis, en kinderen alleen nog de elementen afzonderlijk opvallen. Doei! Van Edward van de Vendel en Marije Tolman is zo’n prentenboek.

Maartje beleeft elke nacht geweldige avonturen en vertelt erover bij het ontbijt. Ze vliegt naar de stad, de bergen, naar de zee. En zoals broers doen, pest Bor haar ermee:

‘Je kletst.
Dat zijn maar dromen.
Dromen zijn verzonnen.
Straks haal je alles door elkaar,
echt en niet-echt,
en nu ga ik naar school.
Doei!’

Er schuilt altijd een verhaal achter pesterijen, ook bij Bor. Hij blijkt zelf namelijk nooit iets leuks te beleven in zijn dromen, hij heeft alleen nare dromen. De volgende avond biecht hij het op aan zijn zus, als ze hem naar zijn dromen vraagt.

Maartje kan er niet van slapen, en middenin de nacht valt haar een oplossing te binnen om haar broer te helpen (zo zijn zussen dan ook wel weer): ze laat haar Beer, Balletpop, Kangaroe en Koala, die haar vergezellen tijdens haar nachtelijke reizen, die nacht bij haar broer in bed slapen.

De volgende ochtend bij het ontbijt zit Bor er even zwijgzaam bij als altijd. Alles lijkt hetzelfde. Toch is er iets veranderd, want als het tijd is om naar school te gaan, lacht Bor naar Maartje. En dat doet hij nooit.

Voor peuters en kleuters

Het aandeel tekst in het boek is klein. De zinnen zijn kort en elke zin staat op een nieuwe regel. Dat maakt het een fijn boek om voor te lezen aan kinderen met nog weinig luistergeduld.

De platen zijn heel verschillend van sfeer, zoals dromen dat ook kunnen zijn. Allemaal warm van ondertoon en dat is aangenaam wanneer je dit boek rond bedtijd voorleest. Zelfs de nachtmerrie van Bor, gevangen in één spread (waar Maartjes dromen er meerdere pagina’s beslaan), is voor de kleinste kijker vooral een blauw landschap of golvenvlakte. Suggestief en eng genoeg. De oplettende, iets oudere lezer zal er hier en daar een krokodillenbek of monsterlijke klauw in ontwaren, verstopt achter het blauw. Meesterlijk bedacht door Tolman.

Tolman laat in de platen ook zien waar droombeelden vandaan kunnen komen: uit het dagelijks leven, maar dan uitvergroot. Zo vliegt Maartje over een landschap waarin huizen staan die de vorm hebben van een tijger, olifant en schildpad. Zelf heeft Maartje een neushoornbed.

Alles kan in dromen, en in illustraties

Voor het oog van een volwassene zijn de illustraties surrealistische kunstwerken gemaakt met pen en inkt, verschillende druktechnieken, krijt en verf. Dat past ook bij het thema dromen, waarin niets zich aantrekt van hokjes en grenzen.

Boeken maken altijd een extra verzorgde indruk als de schutbladen – de eerste twee pagina’s – betrokken worden bij het verhaal. Dat is hier ook gedaan: op pagina 1 en 2 twee is in nachtelijk blauw een vliegend figuurtje te zien. Op de laatste twee pagina’s zie je hetzelfde nachtelijk blauw, maar nu vliegen er opeens twee figuurtjes in de verte. Niet moeilijk te raden wie dat zijn.

Van mij mag dit prentenboek een dikke prijs gaan winnen.

Voorleesleeftijd 3-5 jaar.

Doei!
Edward van de Vendel (tekst)
Marije Tolman (illustraties)
Em. Querido’s Uitgeverij, december 2014

-
Previous postDe Goldberg-variaties - een uitvoering van Jan-Willem Rozenboom Next postInternational Dream Conference

What do you think?

Name required

Website