Maakt slapen slimmer? Heeft alcohol of cafeïne invloed op je slaapgedrag? Reageer je alerter als je uitgerust bent?
Wetenschappers zochten afgelopen jaar naar antwoorden op deze vragen. Het effect van meer of minder cafeïne, alcohol of slaap was nog niet eerder op zo’n grote schaal onderzocht. Wie slaapt er beter van dat nachtmutsje, en wie niet? Wie wordt alerter door koffie, en wie slaapt er juist slecht van? De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) voerde het onderzoek uit, in samenwerking met slaaponderzoeker Eus van Someren (VU, Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen en het Nederlands Slaapregister). 3500 proefpersonen deden mee. TV-programma Labyrint presenteerde de uitkomsten.
Bekijk hiernaast de volledige uitzending (klik rechtsonder voor een groter scherm)

Enkele hoogtepunten:

  • Dutjes op het werk verhogen de productiviteit (vier uur poedersoep? Nee, vier uur dutje!).
  • Een slechte nacht vermindert je reactievermogen al.
  • De meeste deelnemers sliepen fijner op een glas alcohol.
  • Slecht slapen kan samenhangen met psychische problemen.
  • Slechte slapers zijn minder goed in het waarnemen van comfort.

Dat laatste vraagt om toelichting, want het zou wel eens een revolutionaire ontdekking kunnen zijn. Het team van neuropsycholoog en slaapexpert Eus van Someren ontdekte dat mensen die moeilijk in slaap vallen, in bepaalde gevallen ook moeilijk comfort kunnen waarnemen; zij concluderen sneller dat ze bijvoorbeeld niet lekker liggen in bed. In de hersenen van slechte slapers ontdekten de wetenschappers dat de grijze massa (= actieve hersencellen en verbindingen) die je op een scan ziet oplichten bij het ervaren van comfort, letterlijk kleiner is dan bij mensen die goed slapen.

Mensen die goed slapen kunnen redelijk goed inschatten of iets prettig voelt: of een stoel lekker zit, een bed fijn ligt, of dat ze lekker in hun vel zitten. Maar sommige mensen die niet goed slapen, missen de neurale verbindingen om dat comfort waar te nemen. Zij merken dus letterlijk niet of ze comfortabel genoeg zijn om in slaap te vallen.

Niet de lusten, wel de lasten
Van Someren: ‘Onderzoeksgegevens suggereren dat een deel van de slechte slapers minder goed is in het waarnemen van comfort, terwijl het waarnemen van oncomfortabele zaken wel intact lijkt.’ Dus hoewel het comfort niet wordt geregistreerd, kunnen slechte slapers wel heel goed waarnemen of iets oncomfortabel is: de matras te hard, de kamer te warm. Wel de lasten, maar niet de lusten.

Oorzaak of gevolg?
Natuurlijk kan een slaapprobleem verschillende oorzaken hebben. Sommige mensen piekeren teveel, anderen worden midden in de nacht wakker of slapen onrustig. Het bestrijden van slaapproblemen blijft maatwerk. Maar deze nieuwe ontdekking suggereert dat bij sommige mensen het slaapprobleem een fysieke oorzaak in de hersenen heeft. Het niet kunnen ervaren van comfort lijkt dus een oorzaak te zijn van slaapklachten. Op hersenscans zag het onderzoeksteam geen enkele samenhang tussen hoe lang iemand slecht slaapt, en hoe weinig grijze massa er is. Het maakt niks uit of iemand al vijftig jaar slaapproblemen heeft, of pas een half jaar.

Deze ontdekking kan wel eens een totaal ander licht werpen op de aanpak van slaapproblemen. Het zou kunnen verklaren waarom mensen met slapeloosheid zoveel tijd besteden aan het elimineren van storende prikkels: een snurkende partner, een hard matras, een mug… die prikkels worden immers wel heel goed waarnenomen, zonder een compenserende maar-ik-lig-zo-lekker-impuls ertegenin. Als alle huis-tuin-keukentips voor goed slapen geprobeerd zijn, is het logisch om aan jezelf te twijfelen en de oorzaak diep in de psyche te zoeken. Maar misschien zit er voor sommige mensen meer winst in een training om comfort waar te nemen, zoals de Labyrint-presentatrice opperde, of te zorgen dat de slaapomgeving extra comfortabel is.