23 Health vragen en 1 droomvraag in Santé, augustus 2014

Tijdschrift Santé vroeg mij: waarom droom je soms wel en soms niet? Goede vraag – maar het antwoord moest in 7 regels passen. Ja hállo! Dat roept om een achtergrondblog. In aanvulling op Santé:

5 redenen waarom je soms wel droomt, en soms niet.

1. Onthouden is moeilijk

Waarschijnlijk dromen we elke nacht, maar blijft er niet altijd iets van hangen. Want onthouden, daar zijn we niet zo goed in. Overdag niet, en ’s nachts niet. Wat dacht je gisteren allemaal? Behalve als je het opschreef, of als het opvallend was, wed ik dat je het niet meer weet. Nachtelijke gedachten zijn nog vluchtiger. Zonder rationele sturing (‘dit moet ik onthouden’) herinneren we dromen het best als er iets opvallends, raars, of emotioneels aan de hand was. En dat is gewoon niet elke nacht het geval.

2. Dromen kost tijd

De meeste mensen dromen tijdens hun vakantie meer dan de rest van het jaar, omdat er dan simpelweg meer tijd voor is. Uitslapen is goed voor dromen. Tegen de ochtend hebben we namelijk de meeste rem-slaap, en daarmee de meeste kans op dromen. Een wekker breekt de slaap vaak te vroeg af, al voordat je toekwam aan grootse dromen. Wie mag uitslapen (lees: wakker worden zonder wekker) heeft neurologisch gezien meer tijd om te dromen, en dus meer kans op onthouden.

3. Met stress meer dromen

Toch kan ook in drukke perioden met weinig slaap veel gedroomd worden, want stress levert in de regel juist extra dromen op. Niet per se de leukste: uit onderzoek* van onder meer Mark Blagrove (Swansea University) blijkt dat stress onrustige slaap geeft, met onrustige dromen. Studenten hebben bijvoorbeeld relatief veel dromen – of nachtmerries – vlak voor een examen.

4. Aandacht helpt

Ben je veel met dromen bezig, bijvoorbeeld door erover te lezen, praten, of schrijven? Dan is de kans dat je dromen onthoudt groot. Het blijkt ook dat mensen die in hun jeugd aangemoedigd zijn om over dromen te praten, op latere leeftijd meer dromen onthouden dan mensen die opgroeiden met ‘het is maar een droom’.

5. Mediteren lijkt dromen te verminderen

Een van de minder gehoorde redenen, die nog goed onderzoek kan gebruiken, is de link tussen meditatie en dromen. Mensen die zijn gaan mediteren vertellen me meestal dat ze minder dromen onthouden sinds ze zijn begonnen. Misschien dat na meditatie dromen niet meer zo nodig is, omdat mediteren en dromen neurologisch veel op elkaar lijkt. Of misschien ligt de oorzaak bij een totaal andere factor – ik kijk uit naar nieuw onderzoek!

Natuurlijke aanleg

Dit betekent trouwens niet dat ieder mens evenveel dromen onthoudt, als ie maar zijn best doet. Dromen onthouden lijkt dan wel een vaardigheid die je kunt trainen, maar net zoals bij elke vaardigheid hebben sommige mensen meer natuurlijke aanleg dan anderen. Die natuurlijke aanleg zou best eens gepaard kunnen gaan met andere talenten, vertelt Michael Schredl** van de universiteit van Mannheim. Mensen die veel dromen onthouden, kunnen ook snel verbanden leggen en hebben vaak een creatief voorstellingsvermogen.

 

*Blagrove, M. (2007). Content, Recall, and Personality Correlates. In: Barrett (ed.), The New Science of Dreaming, boek 2.

** Schredl, M. (2007). Dream Recall: Models and Empirical Data. In: Barrett (ed.), The New Science of Dreaming, boek 2.

Pagina 15, Santé augustus 2014

Vraag 12 – Waarom droom je soms wel en soms niet? (pag. 15)