Beeld radio

Deze maand schuif ik elke vrijdagochtend van 02.00u tot 03.00 uur aan bij radioprogramma Nachtzuster om over dromen van luisteraars te praten. Wie een droom wil bespreken kan mailen naar nachtzuster [at] omroepmax [punt] nl of gedurende de nacht vanaf 02.00 uur bellen naar 0800-1121.

De kortste nacht van het jaar bracht boeiende droomvragen. Hieronder ga ik er zoals in de uitzending beloofd nog wat dieper op in.

Exploderend hoofd
Joop vertelde dat zijn hoofd vaak explodeert bij het in slaap vallen. Hij hoort een harde knal en heeft pijn. Of ik daar ooit van gehoord had? Nee, dat had ik niet. Dus dat ging ik te rade bij de experts van de International Association for the Study of Dreams, waarin wetenschappers van meer dan 40 universiteiten van over de hele wereld verenigd zijn.
Wat blijkt? Het is een zeldzame aandoening en er is een naam voor: het Exploding Head Syndrome (met dank aan Ryan Hurd van dreamstudies.org).
Maar dan weten we nog niks, want niemand weet precies waar een exploding head door komt en er is weinig onderzoek naar gedaan. Op internet kwam ik een aantal artikelen tegen over het fenomeen. De meeste mensen met genoemde klachten ervaren geen pijn. De therapie bestaat in die gevallen uit ‘geruststelling’.
Maar arts James Pagel, directeur van het Rocky Mount Sleep Disorder Centre wist me te vertellen dat bij sommige gevallen wel zware hoofdpijn komt kijken. Daar geeft hij medicijnen voor.
Joop, ik vond een aantal wetenschappelijke artikelen om aan je arts voor te leggen. Mail me even zodat ik eventuele vervolgcorrespondentie met Dr. Pagel aan je door kan sturen.

Terugkerende nachtmerries
Deze keer waren er veel vragen over terugkerende nachtmerries. Ik merk dat hulpverleners niet altijd weten wat ze met een nachtmerrie aan moeten.
Op zaterdag 10 november 2012 organiseert de Nederlandse Vereniging voor de Studie van Dromen het eerste nationale nachtmerriecongres. Psychotherapeute Ada de Boer zal daar ingaan op de verschillende typen nachtmerries en op een effectieve vorm van begeleiding. Dr. Jaap Lancee (Universiteit Utrecht) licht een zelfhulpmethode toe en professor Marc Hebbrecht (Universiteit Leuven) vertelt over de invloed van verschillende soorten medicatie op dromen.

PTSS?
Daan vertelde dat hij zo’n 3 x per week droomt dat hij in een jeep door de woestijn rijdt, tot er plotseling een explosie plaatsvindt. Dan wordt hij wakker in de wetenschap dat hij is ontploft.
Daan legde zelf een link naar zijn diensttijd, waarin explosiegevaar in de woestijn een dagelijkse werkelijkheid was. Verschillen tussen de droom en die werkelijkheid waren er ook: in werkelijkheid reed hij zelden alleen door de woestijn, en de omgeving was anders dan in zijn droom.
Door die verschillen tussen droom en werkelijkheid, merkte het leger zijn klachten niet aan als een posttraumatische stressdroom, en komt hij niet in aanmerking voor begeleiding.
Dat verraste me. Kun je stellen dat er pas een relatie is met PTSS als een droom een exacte kopie is van de werkelijkheid? Maar wat als de continue angst voor een plotselinge explosie de stressvolle factor was?
Ik legde de vraag voor aan een van dé experts op het gebied van posttraumatische stressdromen, Dr. Stanley Krippner. Hij is auteur van Haunted bij Combat, Understanding PTSD in War Veterans. Ik verwacht volgende week een antwoord te hebben.

Lucide dromen
Het was de Nederlandse schrijver en psychiater Frederik van Eeden die het begrip ‘lucide’ (helder) dromen gebruikte voor dromen waarin je weet dat je droomt en bewust beslissingen kunt nemen. Het lucide dromen wordt overigens al veel langer beoefend door Tibetaanse boeddhisten, die het droomyoga noemen. Maar tot de jaren tachtig geloofden veel wetenschappers helemaal niet dat lucide dromen kon bestaan. ‘Dat verbeelden mensen zich achteraf’, was het argument. Tsja, daar is natuurlijk weinig tegen in te brengen, want hoe bewijs je zoiets? Het welles-nietes spelletje duurde voort, tot Stephen LaBerge een eenvoudig experiment bedacht.
Hij liet lucide dromers in zijn laboratorium slapen. Als hij zag dat ze in rem-slaap kwamen, scheen hij even met een rood lampje op hun oogleden. Licht kun je heel goed waarnemen met je ogen dicht, daarom worden mensen meestal wakker als het buiten licht wordt. De dromer zag rood in zijn droom en wist: ha, dit is het teken. Hij seinde terug met zijn gesloten ogen, een van de weinige lichaamsdelen die je nog goed kunt bewegen in je slaap. Om zeker te weten dat het terugseinen een bewuste handeling was, bedachten ze ingewikkelde codes. Twee keer naar links kijken, drie keer rechts, twee keer links… et cetera. LaBerge kon aan de spierspanning in het gezicht heel precies meten welke kant de ogen op gingen. Het bewijs was geleverd: mensen kunnen in een droom niet alleen bewust zijn dat ze dromen, ze kunnen ook nog eens rationele beslissingen nemen.

Inmiddels zijn er talloze websites met tips over hoe je lucide kunt leren dromen, en ook is er een forum voor lucide dromers die tips willen uitwisselen. Grofweg komen ze neer op: mindful gewaar zijn.
Het voordeel van lucide dromen zit hem er niet in dat je lucide kunt dromen, al is dat een kick, maar in de vraag: wat ga je daar vervolgens mee doen? Alleen maar leuke dingen dromen, of ga je op onderzoek uit in je eigen droom? Dat laatste kan verrassende inzichten geven.